De rijke man

Bij Lucas 16
De Heer is altijd goed voor mij geweest,
heeft mij met welvaart en geluk gezegend.
Ik heb Hem ook altijd goed bejegend.
Zijn wetten heb ik keurig nageleefd.

Mijn tienden te voldoen ben ik gewend,
de sabbat heb ik strikt in acht genomen.
Geen voorschrift dat ik niet ben nagekomen.
Rijk en rechtvaardig, zo sta ik bekend.

Die vent daar voor mijn deur hindert mij wel.
Zo’n bedelaar, daar kan ik heel slecht tegen.
Hij heeft vast zijn verdiende loon gekregen:
‘wie zondigt, wordt gestraft’, staat in Gods wet.

Soms is er iemand die hem voedsel geeft.
Die mensen zouden beter moeten weten.
‘Hij die niet werkt, die zal ook niet eten’.
’t Wordt chaos, als dit niet wordt nageleefd.

Op zeker moment gingen ze beiden dood.
De rijke man heeft toen zijn loon ontvangen.
Lazarus, -‘God helpt’-, hij werd opgevangen:
een engel droeg hem in Abrahams schoot.

Laat mij niet zijn, Heer, als die rijke man;
dat ik wel open oog heb voor ontrechten,
voor arme bedelaars en voor geknechten.
Dat ik mag zijn als die Samaritaan.

Laat een reactie achter