Ik schrok. Wat was er aan de hand?
Wat wist ik van wat komen zou.
‘Gezegend boven elke vrouw!’
Ik? Zomaar een meisje uit het land?
Nu vind ik woorden voor een lied.
Ik prijs de Heer en maak Hem groot,
want Hij vult zelf mijn lege schoot.
Zijn dienares vergeet Hij niet.
De Heer ziet naar de wereld om,
vol liefde met haar lot begaan.
De hemel raakt de aarde aan.
Een engel sprak. Vreugde alom.
Barmhartig is de Heer altijd.
Vanaf het verre voorgeslacht
heeft onze God aan ons gedacht.
Zo blijft Hij tot in eeuwigheid.
Wie is verzot op eigen macht,
wie trots rechtop wil blijven staan,
zal God ten onder laten gaan.
Hij is het die als laatste lacht.
Maar zij die niet in aanzien zijn,
ontrecht, berooid en onderdrukt,
ontvangen vrede en geluk.
Voor hen zal God vol goedheid zijn.
Daarom, prijst allen nu de Heer
en zingt met mij magnificat.
God doet wat Hij gesproken had.
Zijn liefde eindigt nimmermeer.