Tijd

Het is, Heer, zo’n verwarde tijd.
Chaotisch. Wie geeft richting aan?
Geweld, bedrog en eigenwaan.
Is er nog wel barmhartigheid?

De toekomst is zo ongewis.
Hoe zal het met de wereld gaan?
Breekt er een ander tijdperk aan?
Een tijd van licht? Toch duisternis?

Gebukt onder gebrokenheid,
gebutst, gevallen, toch weer staan,
zo leven wij ons aards bestaan
in deze onvoltooide tijd.

Maar, Heer, U staat boven de tijd.
U was en is en U zult zijn.
Als alles wat hier is, verdwijnt,
een prooi van de vergankelijkheid,

als U verschijnt in majesteit,
de chaos hebt teniet gedaan,
de boze in de ban gedaan,
gebroken de gebrokenheid,

voltooi dan, Schepper God, de tijd.
Nadat zijn laatste uur zal slaan
breekt zich het nieuwe leven baan,
een leven van oneindigheid.
(Mel.: LvdK 386)

Laat een reactie achter