Heer, hoe geweldig

Heer, hoe geweldig

Heer, hoe geweldig is uw majesteit,
hoe groots en indrukwekkend zijn uw daden.
Hoe eerbiedwaardig is uw heiligheid.
Wie is als U in hemel en op aarde?
Toch bent U ons van harte toegewijd.
Verbazingwekkend groot is uw genade.

U wilt dat wij getuigen van U zijn.
Maar Heer, U weet toch van ons onvermogen?
Ons kunnen is beperkt, de krachten klein,
ons bezig zijn soms niet meer dan een pogen.
Kan wat wij doen voor U voldoende zijn?
Wij als uw beeld, dat stond U toch voor ogen?

Dank Heer, U laat niet los wat U begon.
Al zijn wij zwak, U wilt niet van ons wijken.
U zelf geeft ons de woorden in de mond
als troost voor hen die dreigen te bezwijken,
als stimulans voor wie pas nog U vond,
als steun voor hen die op U willen lijken.

Zie met ontferming onze arbeid aan.
Neem Heer, voor lief ons stukwerk hier op aarde
en wil bevestigen wat is gedaan.
Dat het voor U niet is als zonder waarde,
maar voor uw ogen mag blijven bestaan
en met ons meegaat naar de nieuwe aarde.

Genadig God, die hoog verheven zijt,
machtige heerser over alle dingen,
wij loven U om uw barmhartigheid
die U betoont aan kleine stervelingen.
U zij de glorie nu en vcor altijd.
Laat al wat leeft uw heerlijkheid bezingen.
(Mel.: LvdK 487)

Laat een reactie achter