Hoe mooi toch is uw schepping, Heer,
hoe groot uw creativiteit,
hoe imposant uw majesteit!
Eerbiedig kniel ik voor U neer.
Al ik in de rondte kijk,
waar alom uw grootheid blijkt,
word ik stil van bewondering,
bevangen door verwondering,
over de zon, over de maan,
de planeten in hun baan,
over de felle bliksemschicht,
de donder en het noorderlicht,
over de bergen, het heelal,
de gletsjer en de waterval,
over de wijde oceaan,
de kalme bries en de orkaan,
over de wolken en het vuur,
de levenskracht in de natuur,
over de kip en het konijn,
de eekhoorn en het everzwijn,
over de bossen en de hei,
de lome koeien in de wei,
over de naaktslak, de narcis,
het oerwoud en de wildernis,
over de mus, de madelief,
het kuiken en de kiekendief,
over de bloemen en de bij,
de aardbei en de akelei,
over de roos, de orchidee,
de tijger en de chimpansee,
over de grutto en de gier,
de miereneter en de mier,
over de haas, de hagedis,
over wie mijn liefste is.
Dank, Heer, dat ik dag aan dag
van zoveel moois genieten mag.
Hemelhoog en wereldwijd
zij U lof in eeuwigheid.