Zondagmorgen

(Melodie: Psalm 68)

Hoe goed is het om, groot en klein,
vanmorgen hier bijeen te zijn,
waar God ons wil ontmoeten
en ons, genadig als Hij is,
midden in onze duisternis
met vrede komt begroeten.
De donkere nacht slaat op de vlucht,
verdreven door de lichte lucht:
de morgen is begonnen.
Wij mogen lopen in het licht
van Gods welwillend aangezicht,
stralend als duizend zonnen.

God zelf biedt ons een schuilplaats aan
in ons vergankelijk bestaan;
Hij kiest bij ons zijn woning.
Wij mogen hier zijn gasten zijn;
er is voor ieder brood en wijn:
een oord van melk en honing.
Hier klinkt het Woord dat ons bevrijdt,
dat ruimte biedt en zekerheid
aan rusteloze zielen,
dat hoop geeft aan wie kwetsbaar is,
dat troost wie tobben met gemis
en opbeurt hen die vielen.

Hier houdt de een de ander vast
en dragen we elkanders last,
wassen we vuile voeten,
delen de vreugde en de pijn,
broeders en zusters als we zijn
die elkaar hoeden moeten.
——–
Leer ons, o Heer, zo kerk te zijn:
een pleisterplaats in de woestijn,
een plek om bij te komen.
Neemt U ons steeds weer bij de hand
op weg naar het beloofde land.
Weest U ons onderkomen.

Laat een reactie achter