Ester

Hoe jong ik ook nog was, toch werd ik meegenomen
en als een balling hier naar Perzië gebracht.
Ik ben een knappe meid, maar nooit had ik verwacht
in ’s konings harem eens te worden opgenomen.

En toen Wasti opeens het hof moest gaan verlaten,
nam ik op koninklijk bevel haar functie in.
Het was als in een sprookje: ik de koningin!
Over mijn Joodse roots heb ik nooit willen praten

tot nog maar kort geleden mijn oom mij vertelde,
dat Haman alle Joden elimineren wou
en hij tegen mij zei: “Jij bent nu toch zijn vrouw?
Ga jij daarom direct dit aan de koning melden.

Je denkt toch zeker niet dat jij wél zult ontkomen?
Misschien werd jij juist met het oog op deze tijd
de koningin. Werp al jouw charmes in de strijd
en red jouw eigen volk. Blijf maar niet langer dromen.”

Het is zover. Ik ga om audiëntie vragen.
Ik ken zijn grilligheid. Misschien ben ik erg dom.
En toch, het moet. En kom ik om, dan kom ik om.
Maar ach, ik kan hem vast en zeker nog behagen.

Waar is in dit verhaal Israëls God gebleven?
Zijn naam wordt niet genoemd bij alles wat gebeurt.
Maar is Hij dan toch stilletjes de regisseur,
die Israël beschermt en het laat overleven?

Laat een reactie achter