De volken zijn in rep en roer,
verward en vol onzekerheid.
Weet iemand hoe het verder moet?
Is er een die ons richting wijst?
Zie ons, Heer, smekend voor U staan.
U weet en ziet wat hier gebeurt,
hoort hoe de wereld zucht en treurt,
twijfelt aan haar voortbestaan.
U kent de wereldleiders, Heer,
weet wat hen drijft en hen beweegt
en wat er in hun harten leeft.
Laat hen toch zien dat U regeert!
Dat zij toch diep bewogen zijn
met hen die worden onderdrukt,
die onder onrecht gaan gebukt,
wier leven is als een woestijn.
Dat zij toch afzien van geweld,
niet vergelden kwaad met kwaad,
opdat de waarheid winnen gaat
en vredelievendheid weer telt.
Dat zij toch niet, door schone schijn
bekoord, slechts zoeken praal en pracht,
alleen uit zijn op eigen macht,
maar dat zij werkelijk dienstbaar zijn.
Dat toch hun hart geopend is
voor wijsheid die van boven is,
zij zijn wat uw bedoeling is:
naar uw beeld en gelijkenis.
O Heer, die in de hemel zijt,
van U is toch het Koninkrijk,
de macht, de kracht, de heerlijkheid?
Geloofd zij U in eeuwigheid!
(Mel.: LB 680)