Hoe kon ik geloven wat zij mij had verteld?
Zwanger van een zoon en desondanks nog maagd?
Werd mij soms door mijn lief iets op de mouw gespeld?
Dat zoiets waar zou zijn, dat was te veel gevraagd.
En toch, ik hield van haar. Maar hoe nu verder gaan?
Toen hoorde ik die stem: “Jozef, het komt wel goed.
Wees maar niet ongerust; zij is niet vreemdgegaan.
Dit alles is Gods plan. Het loopt zoals het moet.”
Ik doe een stapje terug. Al is mijn rol maar klein,
toch ben ik blij, want God ziet om naar Israël.
En zie, wij mogen straks de blijde ouders zijn
van Vaders eigen zoon: Jezus, Immanuel.