(Bij Genesis 29)
Ik ben bepaald niet mooi. Ik weet dat maar wat goed.
Mijn zusje is dat wel; die mag er best wel wezen.
Zij wordt door alle mannen altijd hoog geprezen.
En toen zij bij de put neef Jacob had ontmoet,
werd die van meet af aan stapel verliefd op haar
en wilde slechts één ding: dat knappe nichtje trouwen.
Vader stond dat wel aan. Hij gaf hem zijn vertrouwen
en maakte alles voor een grootse bruiloft klaar.
Intussen had hij wel een heel sluw plan bedacht:
ik werd stiekem de bruid en Jacob werd bedrogen.
Bij vader stond alleen eigen belang voor ogen.
‘k Werd zijn verdienmodel. Had ik anders verwacht?
Mijn man hield niet van mij. Ik bleef steeds nummer twee.
Wel was ik goed genoeg om hem genot te geven.
‘Een niet-geliefde vrouw’. Dat kenmerkte mijn leven.
En toen ik zwanger werd, telde ik nog niet mee.
Maar nu, ik prijs de Heer, want wie had dit gedacht?
Een viertal sterke zonen heeft Hij mij gegeven.
Als blije, trotse moeder mag ik voortaan leven.
De Heer had mij gezien; Híj heeft mij niet veracht!
——————-
Wat jij niet weet, Lea, achtergestelde vrouw:
er is veel meer gebeurd dan jij had durven dromen;
uit jou zijn koningen en priesters voortgekomen.
Juist aan de minste mensen betoont de Heer zijn trouw.