Petrus op het water

Mijn Meester zag ik komen op het water.
Ik was verrast, wilde hem tegemoet.
Hij wenkte mij; Hij vond dat kennelijk goed.
Toen sprong ik overboord en kwam hem nader.

Het waaide stevig en de golven bruisten.
Toch rende ik recht op mijn Meester af.
Al leek het zwarte water op een graf,
Hij was mijn lichtend baken in het duister.

Ik keek wat van hem weg en zag het water
en ik werd bang. Het angstzweet brak mij uit.
Toen zonk ik weg. En ik schreeuwde luid:
“Heer! Ik verga! Hebt U dat in de gaten?”

“Waarom zo bang? Je had toch kunnen weten,
dat wind en water mij gehoorzaam zijn?
Waarom toch, kind, is jouw geloof zo klein?
Ik zorg voor jou; je moet dat niet vergeten.

Loop maar op het water, Ik zal jou wel leiden.
Ga maar door het vuur, Ik ben aan je zij.
Op bergen en in dalen, vertrouw gewoon op mij.
Ik laat jou niet los. Niets kan ons nog scheiden.“

Laat een reactie achter