(Bij Jesaja 52)
Zie toch, hoe lieflijk zijn de voeten
van wie daar ginds komt aangesneld,
een bode die ons wil ontmoeten
en ons Gods blijde nieuws vertelt,
het blijde nieuws dat Hij gaat komen.
Slechts even nog, dan is Hij hier.
Het recht gaat dan als water stromen,
gerechtigheid als een rivier.
Dan komt Hij zelf zijn volk bevrijden
van onderdrukking en geweld.
De vreugde wint het van het lijden;
de boze is dan uitgeteld.
De vrede zal voorgoed regeren.
Geen mens is dan nog in de rouw.
De wolf zal met het lam verkeren.
De schepping blijft haar schepper trouw.
Dan gaat de wereld vrolijk zingen
en richt de Heer een feestmaal aan.
Dan breekt voor zwakke stervelingen,
het nieuwe, volle leven aan.
(Mel.: LvdK 333)