De vader (2)

Ach, de verloren zoon is er weer bij.
Er wordt gefeest, gelachen en gezongen.
Het kan niet op. En iedereen is blij,
want hij is terug, die weggelopen jongen.

Ik doe niet mee. Dat is teveel gevraagd.
Hij wilde toch graag zelf zo’n leven leiden?
Uw geld heeft hij er mooi doorheen gejaagd
met al die feesten, drank en zwoele meiden.

Ik snap u niet. Hebt u dan niet gemerkt
hoe ik u heb gediend mijn hele leven?
Ik heb me altijd uit de naad gewerkt,
maar voor mij hebt u nooit een feest gegeven.

Maar nu die nietsnut van een zoon van u
blut en berooid naar huis terug is gekomen,
richt u een maaltijd aan met een menu
waarvan ik zelf niet eens heb kunnen dromen.

Mijn zoon, mijn huis hier is toch ook jouw huis?
En in wat ik bezit mag jij toch delen?
Kan het ooit ergens beter zijn dan thuis?
Ga toch niet jouw geluk door wrok verspelen.

Mijn zoon, jouw broer, hij was voor ons als dood.
Maar zie, hij leeft. Vergeven zijn zijn zonden.
Hij was verdwaald, belandde in de goot.
Wees met ons blij, want hij is weer gevonden.

1 reactie

  1. Coby op november 9, 2024 om 8:03 pm

    Beide gedichten gelezen…. Zo ontroerend en treffend….mooi !!

Geef antwoord Antwoord annuleren