Bij de laatste zondag van het kerkelijk jaar
Zeker op een dag als deze
denken wij met weemoed aan
wie van ons zijn heengegaan,
om voor altijd daar te wezen
waar het huilen is gedaan.
Zij mogen rusten van hun daden.
Wat zij voor God hebben gedaan
is met hun sterven niet vergaan.
Het blijft, gereinigd van het kwade,
voor zijn aangezicht bestaan.
En allen die zijn overleden,
zij zijn ons vooruit gegaan.
Wij mogen op hun schouders staan
en, levend in het hier en heden,
moedig en hoopvol verder gaan.
Geslachten gaan, geslachten komen,
zijn op trektocht door de tijd,
ten prooi aan de vergankelijkheid.
Maar kijk, daar gaat de toekomst open.
Ginds wenkt een lichte eeuwigheid.
mooi, Bram