Geloven dat is vragen,
vertrouwend dat God hoort.
Soms loven, dan weer klagen
en pleiten op zijn Woord.
Bonzen op dichte deuren
en, lijkt de hemel doof,
aanhoudend roepen, zeuren
om wat Hij heeft beloofd.
Geloven is het goede
doen als een beeld van God.
Is aan wie hulp behoeven
troost bieden in hun lot.
Er zijn voor hen die lijden,
wier leven is ontwricht,
is voor de vrijheid strijden,
op vrede zijn gericht.
Geloven is proberen
te wachten op Gods tijd
en niet te speculeren
over zijn hoog beleid.
Al lijkt Hij soms verborgen
en valt het wachten zwaar,
het wordt altijd weer morgen
en zie: de Heer is daar!
Geloven is verwachten
dat eens de Heer verschijnt,
verjaagt de boze machten,
maakt dat het kwaad verdwijnt.
Al laat Hij op zich wachten,
Hij zegt: “Ik kom met spoed.”
Wie wakend Hem verwachten,
gaan blij Hem tegemoet.
(Melodie: LB 910)