Dat eens het kwaad is overwonnen,
Satan voor altijd is onttroond,
een nieuwe wereld is begonnen
waar God zelf bij de mensen woont,
dat niemand dan nog hoeft te vluchten,
elkeen een onderkomen heeft,
geen tirannie meer is te duchten
en ieder mens in vrede leeft,
elk ziekenhuis is afgebroken,
een hospice niet meer nodig is,
geen woord van rouw nog wordt gesproken,
geen dood meer is en geen gemis,
dat ik mijn falen ben te boven,
verlost van wie ik nu nog dien,
ik niet meer het maar moet geloven,
ik wat beloofd is dan zal zien,
dat er een einde is gekomen
aan alle onrecht, alle pijn,
daar kun je toch alleen van dromen,
is toch te mooi om waar te zijn?
Maar luister, hoor de roep van Pasen:
de Heer is waarlijk opgestaan!
De schepping barst uit in extase:
het nieuwe leven breekt zich baan.
Nog even wachten, even hopen,
nog even lijden als het moet.
Zie, weldra gaat de hemel open
en komt de Heer en dan voorgoed.
(Mel.: Psalm 118)